TPNW en België

Concrete impact van de inwerkingtreding van het Verbodsverdrag op België?

De inwerkingtreding van het VN-Verbodsverdrag zorgt er niet alleen voor dat verdragspartijen het moeten implementeren, maar is ook een belangrijke mijlpaal in de ontwikkeling van een internationale norm tegen kernwapens. Deze norm kan zoals we in het verleden al zagen bij de verdragen die landmijnen (1997) en clustermunitie (2008) verboden, ook een invloed hebben op het gedrag van staten die het verdrag (nog) niet ondertekenden of ratificeerden.

Welke impact voor België?

Het feit dat het VN-Verbodsverdrag op kernwapens weldra in werking treedt zal de status van kernwapens voor eens en voor altijd veranderen. In eerste instantie met een duidelijke juridische impact op landen die het Verbodsverdrag al ratificeerden, maar ook voor landen die dat niet deden. Ook België zal hier een impact van ondervinden.

Huidige situatie kernwapens in België

België is één van de vijf NAVO-landen in Europa, samen met Duitsland, Italië, Nederland en Turkije, dat kernwapens uit de VS op zijn grondgebied stationeert. Er liggen naar schatting zo’n 20 B61 kernkoppen op de luchtmachtbasis van Kleine Brogel, hoewel dit nooit door een Belgische regering bevestigd werd.

Momenteel plant de VS een grote modernisering van deze kernkoppen, de B61-12. Deze kernwapens zouden tussen 2022 en 2024 in Europa toekomen. De regering Michel kwam in oktober 2018 overeen om 34 F-35 gevechtsvliegtuigen aan te kopen aan een geschatte kostprijs van 4,11 miljard euro bestemd voor het vervoer van de nieuwe B61-12. In een opiniepeiling gaf een meerderheid van de Belgische bevolking nochtans aan tegen de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen te zijn alsook tegen een nucleaire capaciteit van die gevechtsvliegtuigen. De regering Michel schoof de beslissing over de nucleaire capaciteit van de F-35 door naar een volgende regering. Hierover bestaat nog steeds geen duidelijkheid of transparantie.

In 2017 weigerde België voor het eerst in jaren om deel te nemen in multilaterale VN onderhandelingen die zouden leiden tot de goedkeuring door 122 landen van het Verbodsverdrag op Kernwapens. Ondanks waarschuwingen en oproepen van het Internationaal Rode Kruis en andere gezaghebbende organisaties met expertise op het vlak van nucleaire ontwapening weigerde België steevast deel te nemen aan de onderhandelingen. Nederland was, onder grote publiek druk, de enige NAVO bondgenoot aanwezig bij de onderhandelingen. In de plaats daarvan schoof België een “progressieve” benadering naar voren dat pure recyclage van oude voorstellen was die al meer dan twee decennia op tafel liggen en niet worden geïmplementeerd.

Volg deze link om het bewijs van de aanwezigheid van kernwapens in België te raadplegen.

Publieke steun voor het VN-Verbodsverdrag

De weigerachtige houding van de Belgische regering gaat volledig in tegen de algemene publieke opinie in België. Uit een opiniepeiling in 2019 bleek namelijk dat 64% van de Belgen voor een Belgische ondertekening van het VN-Verbodsverdrag zijn. Bovendien is 49% voor het verwijderen van de kernwapens uit Kleine Brogel, in tegenstelling tot 27% dat liever heeft dat de kernwapens blijven.
Ook spraken honderden burgemeesters in steden en gemeenten zich al enkele jaren op rij uit tegen kernwapens. In september 2020 hesen 159 steden en gemeenten de vredesvlag en riepen 75 jaar na de gruwelijke gebeurtenissen van Hiroshima en Nagasaki op tot nucleaire ontwapening. 73 steden en gemeenten, o.a. Brugge, Gent, Leuven, Mechelen, ondertekenden ook de ICAN Cities Appeal, een internationale campagne waar wereldsteden als Berlijn, Parijs, Sydney en Washington DC aan deelnemen. Met de ondertekening roepen ze hun regering op het VN Verbodsverdrag te ondertekenen en ratificeren omdat niemand onder de dreiging van kernwapens zou moeten leven.

Verschillende grote namen uit de Belgische politiek hebben zich ook regelmatig uitgesproken tegen de kernwapens in België. Voor de onderhandelingen van het Verbodsverdrag riepen de jongerenvoorzitters van de 5 grootste Vlaamse partijen op om deel te nemen aan de onderhandelingen. Oud-premiers Guy Verhofstadt en Yves Leterme, voormalig NAVO Secretaris-Generaal Willy Claes en oud-minister Erik Derycke ondertekenden dit jaar samen met 50 andere voormalige wereldleiders een open brief ter ondersteuning van het Verbodsverdrag: “Het is tijd om moed en lef te tonen en het Verbodsverdrag te tekenen.

Daarom riep de Belgische Coalitie tegen Kernwapens tijdens de regeringsonderhandelingen op om het Verbodsverdrag te tekenen en ratificeren. In het Vivaldi regeerakkoord van 30 september wordt er een eerste voorzichtige opening voorzien waarbij de nieuwe regering zal nagaan hoe het “VN Verdrag op het Verbod op Nucleaire Wapens een nieuwe impuls kan geven aan multilaterale nucleaire ontwapening.”

Concrete impact van de inwerkingtreding van het Verbodsverdrag op België?

1. Zolang België niet ondertekent

Nu het Verbodsverdrag in werking treedt zijn kernwapens officieel illegaal volgens internationaal recht. Verdragspartijen zijn gebonden onder de verbintenissen van het verdrag. Maar wat is de concrete impact voor België zolang ons land niet ondertekent?

1.1. Druk op de kernwapenstaten en peer pressure

Het verbieden van kernwapens is niet hetzelfde als de onmiddellijke eliminatie van alle kernwapens, maar een nieuw vertrekpunt voor het bereiken van volledige ontwapening. De inwerkingtreding van het Verbodsverdrag verhoogt de morele en politieke druk op kernwapenstaten om hun ontwapeningsbeloften eindelijk uit te voeren. Een verbod op kernwapens maakt het onderhoud en de ontwikkeling van kernwapens lastiger, ondermijnt de claim dat kernwapens een legitiem onderdeel kunnen vormen van veiligheidsdoctrines, en versterkt andere inspanningen voor nucleaire ontwapening. Een verbodsverdrag versterkt zo het Non-proliferatieverdrag (NPV) en vermijdt een nieuwe nucleaire wapenwedloop. Bovendien zal er binnen verschillende diplomatieke fora druk komen vanuit landen die het Verdrag wel ondertekenden om ook deel te nemen.

Dit zal effect hebben op de Amerikaanse kernwapens in Kleine Brogel. Er zullen zich nieuwe vragen stellen. Is het nog wel verantwoord om de dure en gevaarlijke modernisering van de B61 door te voeren? Is de dure upgrade van de F-35 nog nodig om de kernwapens te kunnen vervoeren? Het is belangrijk dat België hier een kritische houding aanneemt en een keuze neemt voor de toekomst in plaats van in het verleden te blijven hangen.

1.2. Desinvesteren

Een nieuw verbodsverdrag zou ook een concrete impact hebben op de financiering van kernwapens. Kernwapenstaten zijn immers sterk afhankelijk van private bedrijven voor de productie, onderhoud en modernisering van hun kernwapenarsenaal. Financiële instellingen kiezen er echter vaak voor om niet te investeren in “controversiële wapens”. De inwerkingtreding van het Verbodsverdrag zorgt ervoor dat kernwapens hier nu ook onder vallen. In 2018 paste de Belgische KBC Bank al zijn beleid aan en besloot het alle fondsen uit de kernwapenindustrie weg te halen. Het deed dit bovendien met een expliciete verwijzing naar het Verbodsverdrag. Ook internationaal zijn er verschillende fondsen die al besloten hun investeringen uit kernwapens terug te trekken naar aanleiding van het Verbodsverdrag. Het desinvesteren uit de kernwapenindustrie is bovendien iets waar 66% van de Belgen voorstander van zijn. Er zijn verschillende grootbanken in België actief die nog steeds kernwapenproducenten financieren, dit zou ook wel eens een effect op hen kunnen hebben.

1.3. Het aanwakkeren van nationaal debat

De inwerkingtreding van het Verbodsverdrag kan verder nationaal debat aanwakkeren in parlementen of de media van landen die nog niet tekenden. Dit werd ondertussen al duidelijk in België waar naast eerdere discussie over deelname aan onderhandelingen van het Verbodsverdrag in 2017, op 16 januari 2020 in het federaal parlement heftig gedebatteerd werd over een ondertekening van het Verbodsverdrag. Ook voormalige Belgische ministers riepen samen met meer dan 50 andere voormalige wereldleiders op tot steun voor het Verbodsverdrag. Op dezelfde dag riepen nog eens meer dan 150 burgemeesters op tot een kernwapenvrij België. En ook in Duitsland, een land waar ook Amerikaanse kernwapens gestationeerd liggen, werd het debat over de wenselijkheid van kernwapens op Europees grondgebied in mei nieuw leven ingeblazen. En laat ons ook vooral niet vergeten dat 64% van de Belgen vraagt om het Verbodsverdrag te ondertekenen.

1.4. Institutionalisering

Als nieuw onderdeel van het internationaal recht zal het Verbodsverdrag ook een invloed uitoefenen op staten die geen verdragspartij zijn. Zo werd er al naar verwezen in multilaterale fora waaraan staten deelnemen die geen partij zijn, zoals de Algemene Vergadering van de VN en andere gerelateerde verdragen. Bovendien vermeldt het Belgische regeerakkoord van 30 september 2020 voor het eerst expliciet het Verbodsverdrag op Kernwapens. De nieuwe regering De Croo verbindt zich ertoe na te gaan hoe het “VN Verdrag op het Verbod op Nucleaire Wapens een nieuwe impuls kan geven aan multilaterale nucleaire ontwapening.” Dit is een voorzichtige opening tegenover de starre Belgische houding van de vorige beleidsperiode.

1.5. Impact op bondgenootschappen

Het feit dat België een vermelding maakt van het Verbodsverdrag op Kernwapens in het nieuw regeerakkoord is niet ongemerkt gepasseerd bij onze NAVO-bondgenoten. NAVO-landen, die hoe dan ook over een voldoende conventionele afschrikking beschikken en momenteel een nucleaire capaciteit hebben waarmee ze de wereld tientallen keren kunnen vernietigen, moeten zelf een eerste stap durven zetten. Wachten tot anderen de eerste stap zetten is vooral een excuus om niets te doen, en is de beste garantie op het behoud van een gevaarlijke en explosieve nucleaire status quo. Die eerste voorzichtige stap werd nu gezet in het Belgisch regeerakkoord en is ongetwijfeld een belangrijk signaal aan onze bondgenoten dat hen kan aanmoedigen ook een constructievere houding aan te nemen tegenover het Verbodsverdrag.

Niettemin zal het voor België mogelijk blijven om deel uit te maken van de NAVO. Er is geen enkele vermelding van een nucleaire taak in het oprichtend verdrag van Washington en er zijn dus geen juridische verplichtingen die België ertoe dwingen kernwapens te steunen. Het Strategisch Concept van 2010 dat de NAVO een “nucleaire alliantie” noemt is een politiek document en dus niet juridisch bindend. Bovendien staat België niet alleen, er zijn verschillende NAVO-landen die al afwijken van het nucleair beleid van de NAVO en geen kernwapens op hun grondgebied toestaan, zoals blijkt uit deze Harvard-studie uit 2018. Het zou dus mogelijk moeten zijn voor België om het Verbodsverdrag te tekenen zonder dat het onze verplichtingen onder het NAVO-bondgenootschap schaadt.

2. Wanneer België ondertekent

We hopen natuurlijk dat België uiteindelijk het Verbodsverdrag op Kernwapens zal ondertekenen en ratificeren. Zodra het verdrag in werking treedt, is het juridisch bindend voor alle verdragspartijen die hiertoe via ratificatie toestemden. Staten die het verdrag enkel ondertekenden maar niet ratificeerden zijn niet verplicht het op dezelfde manier te implementeren, maar mogen wel het onderwerp en doel van het verdrag niet schenden. Kortom de inwerkingtreding betekent dat het verdrag volledig van toepassing is op alle landen die het ratificeerden. Maar wat moet België dan doen om te kunnen toetreden?

2.1. Verbod op kernwapens en gerelateerde activiteiten

Artikel 1 verbiedt het gebruik, dreigen met gebruik, ontwikkeling, testen, aanmaak, verwerving, bezit, opslag en transfer van kernwapens. Daarnaast wordt ook eender welke vorm van assistentie bij kernwapenactiviteiten verboden, net als het stationeren van kernwapens. Op die manier gaat het verdrag uit van het feit dat kernwapens nergens zorgen voor veiligheid en zorgt het voor gelijke standaarden die op iedereen van toepassing zijn.

Dit betekent voor België dat we moeten afstappen van de nucleaire afschrikkingsdoctrine die we momenteel nog steunen door het toelaten van Amerikaanse kernwapens op ons grondgebied. Het verbod op assistentie, dreigen met kernwapens, en transfer zullen voor ons land dan ook de belangrijkste aanpassingen vergen. De regering zou expliciet de kernwapens moeten afzweren, de kernwapens uit Kleine Brogel verwijderen en de nucleaire capaciteit van de nieuwe F-35 gevechtsvliegtuigen annuleren. Belgische piloten mogen dan ook niet langer kernwapens vervoeren in geval van een gewapend conflict. Verder mogen we in geen geval assistentie verlenen aan een kernwapenstaat, iets dat ook expliciet gemaakt zal moeten worden binnen de NAVO (zie eerder).

2.2. Positieve verplichtingen

Artikel 2 en 3 gaan over zogenaamde “declarations” en “safeguards”: enerzijds het aangeven van het bezit en de controle over kernwapens en/of de aanwezigheid van andermans kernwapens op het eigen grondgebied, anderzijds de garanties dat een land effectief zijn nucleaire arsenalen of de capaciteit om kernwapens te maken elimineert. Concreet betekent dit de verwijdering van de kernwapens uit Kleine Brogel.
Artikel 4 schetst het pad richting verdere totale eliminatie van kernwapens. Het combineert een “destroy and join” aanpak met een “join and destroy” benadering. Enerzijds kunnen kernwapenstaten hun arsenaal vernietigen en duidelijke verificatie-afspraken maken met het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) vooraleer toe te treden tot het verdrag (destroy and join). Anderzijds is het ook mogelijk voor een kernwapenstaat om toe te treden tot het verdrag, zolang dit land de operationele status van zijn kernwapens onmiddellijk beëindigt en een tijdsgebonden en verifieerbaar plan indient om zijn nucleaire arsenaal volledig te ontmantelen (join and destroy). Landen die andermans kernwapens stationeren, zoals België, kunnen eveneens toetreden tot het verdrag als ze beloven de kernwapens van hun grondgebied te verwijderen tegen een afgesproken deadline. Er zou dus een concreet plan van verwijdering met duidelijke deadlines moeten komen.

Ook belangrijk zijn artikels 6 en 7: een aantal positieve verplichtingen over de bescherming van slachtoffers en milieu. Het verdrag verplicht staten om slachtoffers van kernwapens en nucleaire tests te beschermen en om maatregelen te nemen om het milieu te herstellen in gebieden die getroffen werden door radioactieve straling. Verdragspartijen moeten elkaar zoveel mogelijk helpen en samenwerken om dit te waarborgen. Bovendien zijn lidstaten verplicht om andere landen aan te moedigen zo snel mogelijk toe te treden tot het verdrag.
Artikels 9 tot 21 gaan dan weer over institutionele afspraken. Artikel 18 verduidelijkt dat ratificatie van het nieuwe verbodsverdrag geen afbreuk doet aan verplichtingen onder andere kernwapenverdragen, zoals het Non-proliferatieverdrag (NPV). Een toetreding tot het Verbodsverdrag zou voor België als verdragspartij van het NPV dus geen afbreuk doen aan de eerdere verplichtingen onder het NPV. Integendeel, het Verbodsverdrag is net complementair aan en versterkt het NPV. In eerste instantie verwachten we van België een constructievere houding ten aanzien van het Verbodsverdrag in de statements die het brengt op NPV conferenties.

3. Conclusie

De inwerkingtreding van het VN-Verbodsverdrag op Kernwapens is een historische mijlpaal en belangrijk om te erkennen. Niettemin betekent een verbod nog niet dat meteen alle kernwapens zullen verdwijnen. Wel versterkt het de internationale norm tegen kernwapens en is het een belangrijk signaal aan de staten die nog geen afstand deden van hun kernwapens. Er is alvast grote publieke steun van de bevolking in landen die het Verbodsverdrag niet steunen (79% van de Australiërs, 79% van de Zweden, 78% van de Noren, 75% van de Japanners, 84% van de Finnen, 70% van de Italianen, 68% van de Duitsers, 67% van de Fransen, 64% van de Belgen en 64.7% van de Amerikanen).
Hoewel het Verbodsverdrag juridisch niet bindend is voor landen die het niet ondertekenden of ratificeerden, zal de inwerkingtreding van het Verbodsverdrag ook op hen mogelijks een invloed hebben. Uit het verleden hebben we geleerd dat een sterke internationale norm wel degelijk een morele en politieke impact heeft op landen die geen lid zijn van een verbodsverdrag waardoor zij toch de verplichtingen ervan volgen. Dit geldt ook voor België.
België, dat in het verleden sterk moreel en politiek leiderschap toonde bij het verbieden van antipersoonsmijnen en clustermunitie, moet dringend het roer omgooien en het Verbodsverdrag op Kernwapens tekenen en ratificeren. Een meerderheid van landen leiden ons al de weg. Nu is het aan ons om actie te ondernemen.

Volg deze link voor meer informatie over het Verdrag tot verbod op kernwapens

Share this Page