Waarom Noord-Korea kernwapens ontwikkelt

Niemand kan er gelukkig mee zijn dat het regime van Noord-Korea kernwapens heeft. Stellen dat dit regime de VS zou aanvallen met deze wapens is echter onzin. Voor zijn kernwapens heeft het regime dezelfde uitleg als alle kernmachten, kernwapens zijn bedoeld om een aanval te voorkomen, het zijn afschrikkingswapens, geen aanvalswapens. De huidige oorlogstaal van de VS dient andere doelstellingen.

Noord-Korea mag dan een dictatoriaal regime zijn voor zijn eigen bevolking en een clown als opperste leider hebben, niets wijst er op dat dat regime zelfmoordneigingen heeft. Integendeel, Noord-Korea heeft goede redenen om zich omsingeld te voelen.

De VS bouwen al enkele jaren grote militaire installaties op het Zuid-Koreaanse eiland Jeju uit – nog een beslissing van Obama (zijn ‘pivot to Asia’) – met als expliciete, openlijk uitgesproken bedoeling China (niet Noord-Korea) verder te omsingelen. Die expansie gaat samen met de uitbouw van militaire installaties in het noordwesten van Australia. Ook de bestaande basissen op het Japanse eiland Okinawa en de permanente aanwezigheid van de Amerikaanse zeevloot in de Stille Zuidzee zijn een onderdeel van deze omsingelingsstrategie.

Het regime in Noord-Korea is meer dan alleen maar zijn opperste leider Kim Jong-un. “Noord-Korea is misschien wel het meest krankzinnige land ter wereld; het is zeker een goede mededinger voor die eretitel”1. De gekende beelden van wenende fans en enthousiast in de handen klappende militairen bij elke verschijning van de grote leider zouden komisch zijn, als het niet zo intriest was.

Het zou echter fout zijn daaruit af te leiden dat deze man inderdaad persoonlijk alle beslissingen neemt. Uit de concrete beleidsbeslissingen is eerder af te leiden dat het regime qua buitenlandse politiek zeer weloverwogen beslissingen neemt. Komisch uiterlijk gedrag betekent niet dat de leiders van Noord-Korea zelfmoordneigingen zouden hebben. Integendeel, dergelijke regimes hebben een zeer groot instinct tot zelfbehoud.

De Noord-Koreaanse leiding heeft bovendien historische redenen genoeg om een mogelijke oorlogsdreiging van de VS zeer ernstig te nemen. Zij herinneren zich immers nog steeds wat in de jaren 1950 is gebeurd. Toen werd het communistische regime zwaar gestraft voor zijn overmoed om te pogen het land militair te veroveren. Het land werd plat gebombardeerd door de Amerikaanse luchtmacht.

Oorlogsmisdaden

Toen tijdens de Korea-oorlog zowat alle militaire installaties in het noorden van Korea waren vernietigd, beslisten de VS ook alle waterdammen te bombarderen, geen onschuldige beslissing in een agrarisch land dat water nodig had voor zijn rijstteelt, het basisvoedsel van de bevolking. Die beslissing werd openlijk omschreven in de Amerikaanse pers door Amerikaanse militaire bevelhebbers, die zich verkneukelden in de filmbeelden vanuit hun verkenningsvliegtuigen, waarop was te zien hoe de “Aziaten rondkrioelden om aan de dijkbreuken te ontsnappen” Nauwelijks acht jaar eerder was het bombarderen van dijken in Nederland door de Duitse luchtmacht als een oorlogsmisdaad veroordeeld op de processen van Nuremberg.2.

Het wordt in de media voorgesteld als een evidentie dat het Noord-Koreaanse regime een bedreiging is voor de wereldvrede, een evidentie die niet hoeft te worden bewezen. Uit ernstig onderzoek door Amerikaanse instellingen als WIN/Gallup International blijkt dat de wereldopinie heel wat genuanceerder denkt. Telkens weer staan de VS aan de top als grootste bedreiging voor de wereldvrede, op verre afstand gevolgd door Pakistan. Op de derde plaats volgen dan China, Israël, Afghanistan en inderdaad, ook Noord-Korea.

De juiste datum waarop Noord-Korea heeft beslist een eigen kernwapen te ontwikkelen is niet bekend, maar wordt geschat rond 1989. Het einde van de Koude Oorlog werd door het regime gezien als een situatie waarbij de paraplu van China niet langer gegarandeerd werd, zeker niet op lange termijn.

In 1993 stond Noord-Korea op het punt zijn beginnende kernwapenprogramma toch op te geven in ruil voor internationale erkenning. Noord-Korea wordt immers door vele landen nog steeds niet erkend (de ambassades van Zuid-Korea noemen zich consequent ‘Ambassade van Korea’). Dat is meer dan een symbolische noodzaak. Internationale erkenning houdt de mogelijkheid in om economische relaties te ontwikkelen, contracten te sluiten, goederen te verkopen en te importeren. Noord -Korea had op dat ogenblik nog geen enkel kernwapen.

President Clinton stelde echter zijn veto, zodat Noord-Korea doorging met zijn programma voor kernwapens. In 1994 werd alsnog een akkoord bereikt, met wederzijdse toezeggingen over onder meer soepelere toegang tot de wereldeconomie. Ondertussen had Noord-Korea volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten waarschijnlijk de lading voor één werkbare atoombom klaar (maar nog geen projectiel om ze te lanceren).

Een alomvattend akkoord

Die overeenkomst werd door Noord-Korea netjes opgevolgd tot in 2000. Gedurende die periode werkte het regime niet verder aan zijn programma. Dat bevestigden eveneens de Amerikaanse inlichtingendiensten. Noord-Korea deed dat trouwens ook om andere redenen dan het akkoord, het kernprogramma hapte een erg grote brok uit het povere staatsbudget.

George W. Bush koos opnieuw voor militaire agressie. Hij bedreigde Noord-Korea als onderdeel van zijn ‘Axis of Evil’. Noord-Korea begon onmiddellijk terug met zijn kernprogramma. Tegen 2005 had het regime volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten waarschijnlijk acht tot tien kernbommen klaar. In 2005 bereikte Noord-Korea, na onderhandelingen onder VN-auspiciën, toch opnieuw een akkoord met de Amerikaanse regering.

Dat akkoord was het meest gedetailleerde van alle. In essentie stelde dat akkoord een ruil voor die economisch zeer interessant was voor het regime. Noord-Korea zou niet alleen zijn ontwikkeling van kernwapens stopzetten, maar ook die van de draagraketten. In theorie zijn draagraketten ook geschikt voor klassieke bommen. De technologie voor deze raketten kan dus ontwikkeld worden los van de ontwikkeling van kernwapens. In de praktijk gaat de grootste dreiging van dergelijke toestellen echter uit van de mogelijkheid dat ze worden geschikt gemaakt  voor het vervoeren van kernbommen. Ook de ontwikkeling van draagraketten werd in het akkoord van 2005 stopgezet.

Gebroken beloftes

In ruil zouden de VS (of andere Westerse landen) een zogenaamde lichtwaterkernreactor leveren voor civiel gebruik, in hoofdzaak voor het produceren van isotopen voor de medische sector (onder andere voor kankerbestralingen). Beide landen verbonden zich er toe voorafgaandelijk overleg te plegen over openbare verklaringen en geen agressieve taal meer te gebruiken in hun verklaringen. Bovendien werd afgesproken dat zou verder worden onderhandeld over een non-agressiepact.

Kort na de ondertekening van het akkoord besliste president Bush echter het aanbod van een kernreactor in te trekken en begon hij banken onder druk te zetten om Noord-Koreaanse financiële transacties te blokkeren, ook perfect legale. Sindsdien is Noord-Korea terug herbegonnen met zijn kernwapenprogramma, draagraketten incluis.

In de Amerikaanse media wordt daarover niet rond de pot gedraaid. Men komt er zelfs openlijk voor uit dat het de VS zijn, die de akkoorden telkens weer opzeggen. Uit de eigen rapporten van de Amerikaanse inlichtingendiensten blijkt dat Noord-Korea reageert en nooit het initiatief neemt. Misschien is het zo dat Noord-Korea onbetrouwbaar is. Of dat echt zo is, kan niet met zekerheid worden gesteld, omdat de VS telkens weer beslisten deze akkoorden unilateraal op te zeggen.

Er wordt voortdurend op gehamerd dat Noord-Korea de VS rechtstreeks zou bedreigen met zijn kernwapens. Tot nog toe is er echter geen enkel bewijs dat Noord-Korea daar toe in staat zou zijn. Testen met draagraketten wijzen uit dat hun betrouwbaarheid nog zeer onzeker is. In feite zijnhet alleen Zuid-Korea en in mindere mate Japan die terecht bezorgd mogen zijn over de Noord-Koreaanse kernwapens.

Ook al zou Noord-Korea al zijn tien huidige kernbommen tegelijk lanceren en er daarvan acht of negen verliezen, omdat ze niet ontploft neerstorten (of bij de lancering ontploffen, zoals bij de laatste rakettest), dan is het risico op één geslaagde kernbomlancering nog altijd genoeg om zich terecht zeer grote zorgen te maken.

Afschrikkingsstrategie

Alle grote kernmachten blijven beweren dat zij kernbommen als een afschrikkingswapen zien, niet iets om mee aan te vallen maar als ‘stok achter de deur’. Alleen de VS hebben officieel een ‘first strike’-beleid sinds president Clinton, zelfs tegen niet-kernmachten.

Noord-Korea weigert ook toe te treden tot het Non-Proliferatieverdrag (NPT) dat de productie, bezit en verspreiding van kernwapens wil verbieden en dat lidstaten verplicht zijn kernarsenalen aan internationale controles te onderwerpen. Ook dat wordt regelmatig aangehaald als reden om dit regime te wantrouwen. Daar staat echter tegenover dat dat ook geldt voor Israël, India en Pakistan.

Het NPT-verdrag verbiedt ook dat kernmachten andere landen helpen bij het ontwikkelen van kernwapens (‘proliferatie’ is een technische term voor ‘verspreiding en uitbreiding’). De VS ondersteunen echter actief de atoomprogramma’s van deze drie landen. Geen enkele van deze landen laat internationale controles toe. De voortdurende spanningen tussen India en Pakistan maken de kans veel groter dat een conflict tussen beide landen uitloopt op een vernietigende wereldoorlog met kernwapens. De kans dat dit door Noord-Korea zou gebeuren is daartegen onvergelijkbaar klein.

Het gevaar van Pakistaanse kernwapens

Meer nog, de kans dat een kernwapenarsenaal (of aanverwante technologie) in handen zou komen van extremistische groeperingen is in Pakistan aanzienlijk. Nogmaals volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten is de kans reëel dat de 20.000 man sterke gespecialiseerde veiligheidstroepen van Pakistan, die exclusief instaan voor de beveiliging van de kernwapeninstallaties, worden geïnfiltreerd. Er zijn al meerdere aanslagen gepleegd in Pakistan door extremisten die waren geïnfiltreerd in leger en politie. De kans dat iets dergelijks zou gebeuren in het strakke regime van Noord-Korea is daarentegen verwaarloosbaar klein.

Waarom dan deze obsessie met Noord-Korea? Daar zijn meerdere redenen voor. Eerst en vooral willen de VS helemaal geen vreedzame oplossing voor het interne Koreaanse conflict. Het laat hen toe een enorme troepenconcentratie vlakbij China en niet ver van Rusland te behouden. Obama had reeds beslist de militaire aanwezigheid rond China nog op te drijven.

Ook de interne aard van het regime in Noord-Korea kan niet de echte reden zijn. De lijst van gelijkaardige regimes – en dikwijls nog veel ergere, genre Saoedi-Arabië – die ruim steun genieten van de VS en de EU is te lang om hier op te noemen. Noord-Korea tart de “wereld” echter met zijn koppige ongehoorzaamheid. De “wereld” moet je hier verstaan als de opinie van de leidende elites in de VS, de EU, Japan en andere bondgenoten, niet als de echte wereld (zie hierboven).

Geen zelfmoordstrategie

Noord-Korea is zonder twijfel een ernstige bedreiging voor zijn eigen bevolking. Niemand kan er gelukkig mee zijn dat ook dit regime de capaciteit ontwikkelt om kernwapens te gebruiken. In de gegeven omstandigheden is het echter perfect logisch dat Noord-Korea kernwapens ontwikkelt, niet omdat de leiders van het regime zelfmoordneigingen hebben. Zij weten heel goed dat de VS het land in een oogwenk zou vernietigen. Dat Noord-Korea kernwapens ontwikkelt toont aan dat dit regime schrik heeft. Het land heeft tegenover zijn tegenstrever, de grootste wereldmacht, geen enkele slagkracht. Kernwapens zijn onderdeel van zijn afschrikkingsstrategie.

Voorstanders van Amerikaanse kernwapens op Europese bodem (onder meer in het Belgische Kleine Brogel) stellen voortdurend dat dit afschrikkingswapens zijn, geen aanvalswapens. Er is geen enkele reden om te stellen dat dat in het geval van Noord-Korea anders zou zijn.

Als het echt de bedoeling zou zijn om het Koreaanse conflict op te lossen, zouden heel wat andere strategieën kunnen worden toegepast. De huidige politiek van de Amerikaanse regering is in ieder geval niet de geschikte voor een vreedzame oplossing, en is er in feite ook niet voor bedoeld.

Naast dit alles is er bovendien nog een ander groot risico aan deze aanpak. De kans dat een kernoorlog alsnog ontbrandt, niet door een echte beslissing, maar door vergissingen, incidenten of verkeerd begrepen alarmsignalen is reëel. De lijst van bijna-kernoorlogen door incidenten sinds 1945 is te lang om op te noemen.

Goddelijke interventie

In 1999 verklaarde generaal Butler, voormalig hoofd van het US Strategic Command, die de kernwapens controleert, het volgende: “Tot nu hebben wij (de mogelijkheid van een kernoorlog) overleefd door een combinatie van kunde, geluk en goddelijke interventie, en ik verdenk dat dat laatste de voornaamste reden is”. Hij beschouwt zich nog steeds als “een van de meest overtuigde gelovers in kernwapens”.

Generaal Lee Butler in 1999: “Met welk gezag eigenen opeenvolgende generaties van leiders in het kerntijdperk zich de macht toe om de kansen van het leven op deze planeet te dicteren?”

Hij voegde daar echter ook aan toe dat “het mijn plicht is te verklaren, met alle overtuigingskracht die ik kan opbrengen, dat zij (de kernwapens) ons in mijn oordeel zeer slecht hebben gediend… Met welk gezag eigenen opeenvolgende generaties van leiders in het kerntijdperk zich de macht toe om de kansen van het leven op deze planeet te dicteren? Waarom blijft dergelijke adembenemende overmoed doorgaan op een ogenblik dat we zouden moeten beven in het aangezicht van deze waanzin en eendrachtig zouden moeten zijn om deze dodelijke wapens af te schaffen.”3

1   Noam Chomsky. Who Rules the World?, Metropolitan Books, New York, 2016 (p. 132)

2   Gabriel Kolko, “Report on the Destruction of Dikes: Holland, 1944-45 and Korea, 1953” in Against the Crime of Silence, O’Hare Books, 1968, zoals geciteerd in Chomsky, op.cit.

3   General Lee Butler in een toespraak voor het Canadian Network Against Nuclear Weapons, 11 maart 1999 en in het artikel “At the End of the Journey: The Risks of Cold War thinking in a New Era” in International Affairs 82, 4 van juli 2006 (p. 763-769), zoals geciteerd in Chomsky, op.cit.

 

Verschenen op De Wereld Morgen 18/04/2017

 

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail